Rode Dikkop (v.a. 1869)


Synoniemen: Dikkop, Rode Squarehead


Rode aren

Naar alle waarschijnlijk stamt de Rode Dikkop uit Schotland, waar dit ras door een zekere Mr. Tayloris ontwikkeld en het werd vanaf 1869 door Samuel Dickinson Shirreff vermeerderd. In 1874 werd het ras in Nederland geïntroduceerd en heeft zich als landras aanpaste aan de lokale omstandigheden. Ook in Frankrijk is dit ras gegroeid, en werd beschreven door de Franse zaadproducent Vilmorin in 1880 (zie de afbeelding in zwart-wit). De Rode Dikkop werd voornamelijk als wintertarwe geteeld, maar soms ook als zomertarwe. Zoals de naam doet vermoeden, kleuren na afrijping de aren en korrels rood. De korte en dikke aar maken dat het een ‘square’ vorm had; de achtergrond van de dikkop tarwe.



De kruisingsouder van Wilhelmina

De Rode Dikkop was een veel gebruikte kruisingsouder. In Wageningen werden kruisingen gemaakt tussen Rode Dikkop en Zeeuwse tarwe om eigenschappen zoals bakkwaliteit, productiviteit, winterhardheid en stevigheid van het stro te combineren. Het resultaat? Nieuwe tarwe rassen die van belang zijn geweest in de Nederlandse graanproductie, zoals de Mansholt’s Witte Dikkop en de Gekruiste Spijk Ic. Deze laatste werd in 1901 hernoemd bij gelegenheid van het bezoek van koningin Wilhelmina in de naam Wilhelmina. Op deze manier heeft de Rode Dikkop een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van nieuwe tarwe rassen en de graanproductie in Nederland.

Teeltspecificaties

Graansoort Tarwe
Type en groeiwijze Wintertarwe/zomertarwe
Korrelkleur en vorm Geel-rode korrel
Lengte 0.6 - 0.9 meter
Zaaitijd Oktober - november (of rond maart wanneer dit ras als zomertarwe wordt gebruikt)
Oogst Rond juli, na afrijping korrel