Erfgoedrassen logo
Wortel- en knolgewassen

Wortel- en knolgewassen

Wortel- en knolgewassen speelden lange tijd een hoofdrol in het Europese dagelijkse eten: voedzaam, goed te bewaren en in talloze rassen verkrijgbaar. Veel van deze gewassen worden al sinds de Oudheid geteeld, maar hun populariteit wisselde door de eeuwen heen met veranderende smaken en teeltgewoonten.

Op deze pagina lees je over:

  • Haverwortel
  • Knolraap
  • Rammenas
  • Schorseneer
  • Wortel

Haverwortel (Tragopogon porrifolius)

Een bijzondere groente uit het verleden: de haverwortel. Een wat minder eerbiedige naam voor dit gewas is 'armeluisasperges', omdat mensen die asperges niet konden veroorloven de haverwortel als vervanger aten. Geen gek alternatief, want de wortelen van haverwortel smaken ook enigszins als asperge. Andere namen die kunnen worden gebruikt voor dit gewas zijn Boksbaard, Witte schorseneren, Oesterplant en Paarse Morgenster. Deze laatste naam verwijst naar de blauwpaarse bloemen die zich openen in de ochtend; de rest van de dag zullen de bloemblaadjes gesloten zijn, wachtend op een nieuwe dag.

Lees meer over haverwortel
Haverwortel of schorseneer?

Haverwortel is een vorstbestendig gewas en werd al in de Middeleeuwen in Nederland geteeld. In die tijd was het een populair gewas om te telen, maar werd later verdrongen door de schorseneer (Scorzonera hispanica). Hier is de haverwortel overigens gemakkelijk mee te verwarren; eenzelfde uiterlijk en smaak, maar weldegelijk een andere plantensoort! Het verschil zit 'm in het blad, waarbij haverwortel grasachtig blad heeft dat als een graspol omhoogkomt, terwijl de bladstructuur van schorseneer meer lancetvormig is. Ook de kleur van de wortel verschilt; schorseneren hebben een donkere schil, terwijl die van haverwortel lichter is en hiervan de wortelen meer vertakt zijn. Bovendien heeft de haverwortel paarse bloemen en die van schorseneer zijn geel.


Knolraap (Brassica rapa subsp. rapa)

De knolraap is een oud en veelzijdig gewas dat lange tijd een belangrijke rol speelde in de gemengde landbouw. Binnen dit gewas werden verschillende typen onderscheiden, de knolraap en de stoppelknol, afhankelijk van gebruik en teeltwijze. Voor menselijke consumptie werden vooral knolrapen met een fijnere structuur en mildere smaak geteeld, zoals de Goudbal. De stoppelknol werd vaak voor veevoer gebruikt. Het is geen apart gewas, maar een robuuster teelttype binnen de knolraap, geselecteerd op snelle groei en hoge opbrengst. Jobe is een voorbeeld van de stoppelknol.

Meer over knolraap
Veelzijdig

Naast voedsel voor mens en dier deed dit gewas ook dienst als groenbemester. Met name vóór 1950 was de knolraap onmisbaar op gemengde bedrijven. De knollen vormden een voedzame aanvulling op het rantsoen van koeien, schapen en geiten, terwijl het loof werd gewaardeerd als ruwvoer. Tegelijkertijd werden eetbare knolrapen geroemd om hun zachte, lichtzoete smaak en verwerkt in stamppotten en stoofschotels.

Gezaaid op de stoppel

De stoppelknol dankt zijn naam aan de teeltwijze. Na de graanoogst werd het gewas gezaaid op stoppelland, meestal in juli of augustus, waardoor zich in de herfst stevige knollen ontwikkelden die geschikt waren als wintervoer voor vee. Bij latere zaai, tot in september, lag de nadruk meer op bladgroei; dit loof was bijzonder geliefd bij schapen en kleinvee. Door de snelle bodembedekking en de toevoeging van organische stof werd de stoppelknol bovendien ingezet als groenbemester, waarbij onkruidgroei werd onderdrukt en de bodemstructuur verbeterde. Ook in wildmengsels wordt dit type nog steeds toegepast.

Knolraap erfgoedrassen

Rammenas (Raphanus sativus subsp. niger)

Rammenas heeft een grote rijkdom aan verschillende vormen, kleuren en typen. Er zijn ronde varianten in wit en zwart, maar ook halflange en lange soorten in tinten als wit, roze, violet, bruinzwart en zwart. De kleurenpracht zit vooral aan de buitenkant; binnenin is het vruchtvlees meestal wit. Vooral de soorten met een zwarte schil waren vroeger populair in de moestuinen. Om de grote mate van variatie in dit gewas nog verder te verrijken is de rammenas gemakkelijk te kruisen met radijs, waardoor er veel tussentypen zijn ontstaan.

Lees meer over rammenas
Winterrammenas

Deze robuuste wintervariant is geschikt voor de nateelt en wordt in juli gezaaid en in de herfst geoogst. Voorbeelden van dit type zijn Ronde Zwarte Winter en de Lange Zwarte Winter. De verdikte wortel wordt bij de winterrassen niet snel voos en is lang houdbaar. ‘Voos worden’ betekent dat het binnenste vruchtvlees glazig of sponzig wordt. In een later stadium gaat dat over in kleine (of grote) holten, wat niet wenselijk is. Bij radijs kan dit verschijnsel ook voorkomen. Het komt vooral voor bij de snelgroeiende zomertypen.

Zomerrammenas

De zomerse variant kwam eind vorige eeuw meer in de belangstelling en werd zowel onder glas als in de vollegrond werd geteeld. De zomerrammenas is meestal wit of roze, en groeit snel. Ze moeten na oogst snel worden gegeten, want de wortels kunnen maar kort worden bewaard. De Chinesche Rooze Roode en Zeempjes zijn zomerrassen.

Teeltgebieden

De rammenas vindt zijn oorsprong in het oostelijke Middellandse-Zeegebied en Klein-Azië. Van daaruit verspreidde deze groente zich naar China en Japan en in de late Middeleeuwen ook naar Europa, inclusief Nederland. Hoewel de rammenasteelt in Nederland altijd vrij beperkt is gebleven, wordt het gewas hier voornamelijk onder glas geteeld, met een zeer klein areaal voor vollegrondsteelt.

Rammenas erfgoedrassen

Schorseneer (Scorzonera hispanica)

Schorseneren vinden hier afkomst in Zuid-Europa. Al in de 16e eeuw werd de schorseneer in Nederland geïntroduceerd en vond snel haar weg naar onze keukens en moestuinen.

Ook in het Victoriaanse Engeland was de schorseneer een geliefde groente, waarbij de bedienden de zwarte wortels schilden tot ze perfect schoon en wit waren. De bijnaam 'Keukenmeidenverdriet' verwijst naar de kleverige stof die bij het schillen vrijkwamen en niet meer van je handen of kleding zijn te krijgen. Gelukkig is hier een handigheidje voor; kook gewoon de wortels zonder ze te schillen, en dan laat de schil gemakkelijk los!

Schorseneer erfgoedrassen

Wortel (Daucus carota)

De wortel, ofwel peen, kennen we natuurlijk met zijn oranje kleur. Maar de wortel heeft deze kleur niet altijd gehad! De oorspronkelijke wortelen waren paars, geel of wit. De transformatie van de wortel naar de oranje variant die we nu zo gewoon vinden, wordt vaak toegeschreven aan Nederlandse telers en veredelaars in de 16e en 17e eeuw. De oranje wortel zou speciaal zijn ontwikkeld als een eerbetoon aan het Huis van Oranje, tijdens de Nederlandse onafhankelijkheidsstrijd in de 80-jarige oorlog (1568-1648). Hoewel dit een mooi verhaal is, wijzen historische documenten en genetisch onderzoek erop dat oranje wortels al eerder bestonden en er van een dergelijk eerbetoon geen sprake was. Het zou wel zo zijn dat de Nederlandse kwekers de ontwikkeling en popularisering van de oranje variant hebben bevorderd.

Lees meer over wortel
Oorsprong

Er zijn veel onduidelijkheden over de opkomst van de oranje wortel in Nederland. Maar het is zeker dat vóór de zestiende eeuw er alleen witte en gele wortels in ons land werden gegeten, die afstammelingen van de bleke wilde wortel waren. De wortel werd gedomesticeerd in Afghanistan. Vanuit daar is de wortel via Turkije, Noord-Afrika en Spanje verder verspreid naar Noordwest-Europa. De Romeinen aten al wortelen, die in allerlei kleuren voorkwamen; groen, wit, rood, paars (maar geen oranje!).

Van rood naar oranje

De opkomst van oranje wortelen is goed te zien op oude schilderijen van groenten, waarbij de eerste oranje wortelen begin 17e eeuw werden geschilderd. Spanjaarden zouden tijdens de Tachtigjarige oorlog rode wortelen mee hebben genomen, en deze zouden gedurende de migratie naar het noorden zijn gekruist met witte wortelen. Hier zou de nu zo bekende oranje wortel uit zijn voortgekomen, die vanuit zuidelijker landen zijn weg naar ons land vond, en waar de Hollandse handelaren en boeren wel wat in zagen. Toen de oranje wortelen er eenmaal waren werden er veel kruisingen en selecties gemaakt. De rijke variatie aan oranje wortelrassen was geboren.

Wild en gecultiveerd

Wortel (of peen) behoort tot de schermbloemigen en is inheems; je kunt wilde wortels in de berm zien groeien en bloeien. Binnen de cultuurpeen zijn er verschillende typen. Zo zijn er de fijnere bospeen (aanvoer met loof, m.n. Amsterdamse Bak) en waspeen (aanvoer zonder loof, m.n. Amsterdamse Bak en Nantes). En de grovere Parijse wortelen (voor de verwerkende industrie) en de breekpeen of winterpeen (bv. Flakkeese en Berlikumer).

Wortel erfgoedrassen

Share:
email