Gelderse Ris (v.a. 1900)


Synoniemen: Gelderse, Gelderse Rode, Rode Ris, Gelderse Risweit, Rode Mecklenburger, Rode Ruw-arige Risweit, Rosse Tarwe, Kleefse Tarwe


Rode aren

Gelderse Ris, ook wel bekend als Gelderse rode of Risweit, is een oud tarwe-landras. Het werd vooral geteeld in Gelderland (o.a. in de Betuwe) en in mindere mate in Brabant en Limburg. Deze tarwe staat bekend om zijn prachtige roodachtige en stevige halmen. De aren zijn ongenaald, licht gebogen en met ietwat losse lange korrels, die na afrijping rood worden.  

Goede opbrengst op arme grond

De Gelderse Ris is minder gevoelig voor ziekten dan rassen die wit zijn, en kan ook op minder intensief bebouwde gronden een goede opbrengst geven. De plant heeft een krachtig gestel, trotseert met gemak koude winters en is bestand tegen ziekten. Op de minder vruchtbare bodem, zoals op de zandgronden in Gelderland, gaf de Gelderse Ris nog steeds goede een betrouwbare opbrengst.

Basis van de graanteelt

Hoewel de opbrengst bescheiden is (20–30 hl/ha), is de korrelkwaliteit uitstekend. Vanwege goede kwaliteit en bovengenoemde eigenschappen was Gelderse Ris een geliefd ras in gebieden waar andere tarwes het moeilijk hadden. Het ras vormt een duidelijk voor beeld van de robuuste landrassen die eeuwenlang de basis vormden van onze graanteelt.

Teeltspecificaties
Share:
email
Gelderse Ris (v.a. 1900) | Erfgoedrassen